‘Fuck, fuck, fuck,’ roep ik uit terwijl ik op de rotsige ondergrond neerval. Ik vloek niet snel, maar heb direct in de gaten dat dit niet tof is. Het is dag 6 van wandelen. Ik ben net begonnen met een steile afdaling de wadi in. Mijn voet klapte om toen ik van een rots af wilde stappen terwijl ik aan het praten was met de wandelaar die ik inhaalde (de grote les: ‘Dont talk and walk!’). Het eindpunt vandaag is de Sea of Galilee, maar dat zal ik niet gaan redden.

Bezorgd verzamelen mede-wandelaars zich om me heen. Schahag grijpt in zijn tas voor een drukverband. Mijn schoen en sok worden uitgetrokken en mijn enkel wordt ingewikkeld met verband. Dawn besluit met me mee terug te wandelen naar het ochtendkamp. Ze laat haar tas achter en neemt mijn tas op haar rug. Het is een steile klim terug omhoog. Ik leun hevig op mijn wandelstokken. Aangekomen in het ochtendkamp wordt mijn voet gekoeld en breng ik de uren erna door liggend op een matras terwijl het kamp opgebroken wordt. Ik ga met de crew mee in de auto om water te halen, boodschappen te doen en daarna naar de volgende kampeerplek te rijden.

De dagen erna zwelt mijn voet op. De groep is enorm bezorgd om me, komt kijken naar mijn voet en vraagt hoe het gaat. De eerste dagen kan ik niet lopen. Ik spring rond, leunend op iemands schouder en ik word zelfs rondgedragen. Mensen maken mijn ontbijt en lunch voor me, zetten mijn tent op en vragen of ze nog iets voor me kunnen doen. Natuurlijk vraag ik mezelf af waarom dit gebeurt, wat zorgt ervoor dat ik mijn enkel verzwik? Zit hier een les of een boodschap aan vast? Het is in ieder geval zeker dat ik mijn zelfstandigheid en nood om alles zelf te willen doen even aan de kant moet zetten. Ik ben afhankelijk. Ik moet om hulp vragen. Niet iets dat me erg gemakkelijk afgaat.

Drie dagen later lukt het me om met ondersteuning van mijn wandelstokken rond te hobbelen. Nog een dag later heb ik nog maar 1 stok nodig en in de middag kan ik zelfs zonder stokken waggelen. Het meegaan met de crew houdt in dat ik eindeloos aan het wachten ben totdat ze alles hebben opgeruimd en ingepakt. Tijdenlang in de auto zit terwijl ze 1000 liter water tanken en aangekomen in het kamp voor de volgende nacht rondhang tot de eerste wandelaars weer terugkomen. Al snel begint me dit de keel uit te hangen. Het gaat dan wel iets beter met mijn voet, mijn moraal zakt. Ik vraag me af of ik helemaal moet stoppen met de wandeling nadat ik even heb zitten googlen en lees dat je een verstuikte enkel na 2-4 weken weer mag gaan belasten. Gelukkig heeft een vriend ook zitten googlen en staat daar dat je bij een lichte verstuiking (waarbij je na een paar dagen er weer op kunt steunen) belasting langzaam kunt gaan opbouwen. Er flitsen plannen door mijn hoofd van een tropisch hutje met roomservice (wat betekent Israel verlaten, want zoiets is hier onbetaalbaar) en stoppen met de hele wandeling tot voor een paar dagen een hotel zoeken om daarna weer terug te gaan naar het trail. Ik huil. Ik wil zo graag verder wandelen.

In mijn hoofd speel ik terug dat ik voor mijn vertrek tegen mensen zei dat ik benieuwd ben wat het mentaal met je doet als je zo’n lange wandeling gaat doen, hoe ik om zal gaan met lichamelijk ongemak en uitputting. Ook antwoordde ik op de vraag of ik de hele wandeling ging doen (de hele twee maanden) met: ‘Insjallah’ (‘If Gods wishes’). Wist ik al een beetje wat er zou gaan gebeuren of heb ik mijn eigen lot gevormd met deze woorden?

Na een paar dagen hak ik de knoop door: ik app Hagit, een vriendin van mijn moeder die niet erg ver weg woont van waar ik op dat moment ben. Ze biedt direct aan me de volgende dag op te halen zodat ik een paar dagen bij haar en haar man en zoontje kan komen aansterken. Daarna zien we wel weer.

Hagit komt aan in het kamp en wordt al snel omringt door Isrealische mede-wandelaars. Ik kan de conversatie niet verstaan, maar het is duidelijk dat mijn buddies aan het checken zijn of ze mij wel met Hagit mee willen laten gaan. Ze willen Hagit laten beloven dat ze mij weer terug moet brengen naar de trail, dat ze goed voor me moet zorgen en of ze wel weet dat ik Vegan eet. Hagit lijkt ietwat overdonderd door deze grondige check, maar verzekert ze dat ze voor me zal zorgen en zal luisteren naar wat ik wil.

In de korte tijd dat we een groep zijn, zijn we erg close geworden. Samen ondernemen we 1 ding en brengen we al onze tijd met elkaar door. Dit zorgt ervoor dat we in enorm snelle tijd elkaar leren kennen en ons verbonden voelen met elkaar.

Een paar uur later ben ik in het huis van Hagit. Het is een vreemde ervaring om na 10 dagen alleen maar buiten te zijn geweest weer in een huis te zijn. Hagit, haar man en haar zoon gaan eten bij vrienden, ik bedank omdat ik ontzettend moe ben. Zodra ze weg zijn besef ik me dat het de eerste keer is dat ik weer alleen ben. Ik heb wel stukken alleen gewandeld, maar ik was me altijd bewust van de mensen die een stuk voor me uit liepen en de mensen die een stuk achter me liepen. Ik was onderdeel van de roedel. Het is vreemd om weer alleen te zijn.
Ik neem een lange douche en ontdek opnieuw het fenomeen van het hebben van schone nagels. Ik geniet van een echt bed terwijl ik tegelijk mijn tent met de natuurgeluiden (gehuil van jakhalzen, hoe cool!) mis.

Terug in de tijd

Ik ben net aangekomen in Tel Aviv. Ontzettend moe en een vat vol uiteenlopende emoties. Ik ben uitzinnig blij dat de vrolijke, open Lilith praatjes maakt met iedereen die ze tegenkomt en met mensen aan het lachen is. Dan is er ook de rouwende Lilith die begint te huilen in het mini-supermarktje waar kei-hard ‘How am I supposed to live without you? How am i supposed to carry oooon?’ wordt gedraaid.

Mijn eerste uren in Tel Aviv probeer ik het land, de mensen en de cultuur te lezen en te duiden. Zodra ik het treinstation uitloop staat er een gebutst bestelwagentje met daarin opgestapelde piepschuimen dozen. Er wordt een doos uitgetild en de deksel er vanaf gehaald. In de doos liggen grote lappen vlees, vliegen zoemen er omheen. Dit ken ik van Afrika.
De wijk waarin mijn hotel staat blijkt een onfris gedeelte van de stad te zijn waar dronkaards verspreid over straat liggen en mannen in groepen bij elkaar staan om te gokken (of wat het dan ook is dat ze doen). Rond schemering ga ik de straat op om wat te eten. Al snel voel ik me heel erg onveilig. Mijn in Zuid-Afrika ontwikkelde veiligheidsradar springt aan en begint te tellen hoeveel gekleurde mensen en hoeveel blanken er zijn. Het is een automatisme waar ik niet trots op ben, maar wat er in Zuid-Afrika voor zorgde dat ik kon inschatten hoe (on)gevaarlijk een situatie was. Al snel merk ik op dat ik de enige blanke ben en ook de enige vrouw. Ik overweeg om te draaien en terug te lopen naar mijn hotel, maar wil ook niet verhongeren. Dus doe ik alsof ik precies weet waar ik naar toe aan het lopen ben en neem een zelfverzekerde houding en tred aan. Ik word mooi niet vermoord op mijn eerste avond in Israël. Een paar straten verder kom ik in een fancy wijk terecht. Ik besluit eten af te halen zodat ik voordat het stikdonker is weer terug in mijn hotel kan zijn.

Als ik de volgende ochtend aan de receptionist vraag hoe het staat met de veiligheid, zegt hij dat er niks aan de hand is. Het zijn allemaal Sudanezen, voor 90% toeristen. Niks om bang voor te zijn.

Ja ja. Ik boek echt wel een ander hotel de volgende keer dat ik in Tel aviv ben.

De volgende dag ontmoet ik verschillende engeltjes in de gedaanten van mensen die me naar de juiste plek begeleiden waar mijn bus vertrekt. Een man op een brommertje ziet mij om het enorme busgebouw heen lopen, zoekend naar de ingang. Hij rijdt op me af en wijst welke kant ik op moet. Omdat het Sabbat is, gaan de bussen vanaf 15:00 pas weer rijden. Het busstation is nog dicht en er is maar 1 ingang die over een tijdje open gaat. Terwijl ik zijn aanwijzingen opvolg, blijft hij half voor en half achter me rustig meerijden om ervoor te zorgen dat ik echt de goede kant opga. Aangekomen bij de nog gesloten ingang staat een groep mensen te wachten om naar binnen te mogen. Daar ontmoet ik Holly en Bettina, zij gaan ook de hele wandeling doen. De ingang gaat open en mensen stromen naar binnen. We krijgen vage aanwijzingen van de man bij de deur van de richting die we op moeten. Gelukkig staat het volgende engeltje al klaar: een vrouw die dezelfde bus moet hebben. 5 minuten lang lopen we met haar mee zigzaggend door het gebouw, hier en daar een trap of roltrap nemend naar een hogere verdieping. Aangekomen op de juiste plek ontmoeten we meer mede-wandelaars. We hadden afgesproken om samen de bus te nemen naar het beginpunt van de trail.

In het pikdonker komen we aan op onze eerste kampeerplek. Een stuk rotsige grond naast de begraafplaats. Ik stuur een dankgebedje de lucht in dat ik thuis al een keer heb geoefend met het opzetten van mijn tent. Mijn grootste dank gaat uit naar dat ik zo wijs ben geweest om de eerste tent die ik had gekocht voor deze trip (een tunneltent, die alleen rechtop bleef staan door middel van haringen) terug heb gestuurd en verruild heb voor een soort koepeltent, die zonder behulp van haringen prima rechtop blijft staan. Haringen in de rotsige grond slaan is namelijk onbegonnen werk. Mijn zware rugzak en mijn lijf moeten voldoende zijn om een nachtelijk vliegavontuur te voorkomen.

De eerste nacht slaap ik bijna niet. Ik moet wennen aan het geluid van mijn tent en zenuwen en spanning zetten mijn lijf op scherp. De volgende ochtend ga ik vol van positiviteit en zenuwen op weg. In de volgende dagen geniet ik van de immense natuur, het alleen wandelen en af en toe samen wandelen.

De crew-truck met eten, douches en wc
Regenachtige ochtend, maar zo’n mooie salamander
Impro uitleg over de trail aan orthodoxe amerikaanse meisjes die met hun school op reis zijn in Israel
aangekomen in het kamp
Toch ook maar een voet-foto… (incl muggenbulten en blaren)

We zijn een groep van zo’n 35 mensen. Een gedeelte hiervan doet de hele wandeling (1000 km, 2 maanden). Dit zijn voornamelijk buitenlanders, maar ook wat Israeli. Een ander gedeelte doet een week of twee weken en vertrekt dan weer om vervangen te worden door weer nieuwe mensen (dit zijn bijna allemaal locals).

Al snel ontstaat er een dagritme. Opstaan vlak voor de zon opkomt (dat was 6 uur, maar is nu om 5 uur), tas inpakken, tent inpakken, ontbijt maken, lunch maken en op weg rond 7 uur (de laatsten verlaten het kamp om 9 uur). Sommige mensen wandelen in groepjes die zich vanzelf hebben gevormd. Anderen (zoals ik) wisselen af met alleen lopen en stukjes lopen met wie ze toevallig tegenkomen. We lopen zo’n 20 kilometer per dag, wat niks zegt over hoe zwaar of hoe lang een dag is. Sommige stukken zijn klimmen over rotsen in een wadi, soms is het enorm steil, soms is het een rustig dalend landweggetje, soms regent het, meestal is het enorm heet, soms is het zo steil dalend dat je je enkel verzwikt. De route is soms goed en soms wat minder goed aangegeven met tekens op rotsen en palen. Om te vinden waar we die nacht overnachten gebruiken we een app met daarin de route aangegeven. De kampeerplek ligt soms wat verder weg van het trail. In de middag kom je aan bij de kampeerplek, waar de auto met aanhanger staat de wachten. De eerste mensen maken een rijtje om alle zware tassen uit de auto te tillen. Ieder zoekt een geschikt plekje voor zijn tent en zet zijn tent op. In de aanhanger zijn er 2 douches en 2 composttoiletten. Dit is dus ook het moment om je 1 minuut durende douche te nemen. Iedere dag hebben 3 mensen kookbeurt en maken klaar wat er die dag op het menu staat. Tegen de tijd dat dit klaar is, is iedereen ongelofelijk uitgehongerd. Na het eten blijven sommige mensen nog wat hangen bij het kampvuur (er is altijd vuur) en anderen duiken hun tent in om aan hun 8 uur slaap te kunnen komen.

Fun Facts:
– Als voetganger hoef je niet op het knopje te drukken bij het stoplicht, het wordt toch wel groen. Doe je dit wel, dan begint het kastje tegen je te praten (geen idee wat hij zegt…)
– Als een politie wagen zijn alarmlampen aanheeft, betekent dit niet dat je aan de kant hoeft te gaan ofzo. Het betekent zoiets als: ‘hallo! Ik ben politieeee!’
– Ik kocht in Tsfat (een vrij joods orthodox stadje) een zak noten. Ik wilde het geld aan de verkoper geven. Hij nam het echter niet aan, maar gebaarde dat ik het op de toonbank moest leggen. Het drong tot me door dat hij me niet wilde aanraken. Als vrouw voelde ik me toch wat beledigd en iets in mijn steigerde wat.
– Israeli praten over ‘die is religieus’ of ‘die is niet religieus’. Daarmee bedoelen ze dat er mensen zijn die streng orthodox zijn en mensen die dat helemaal niet zijn. Intussen heb ik al wel begrepen dat er ook nog een groep tussenin zit. De groep mensen die niet in rokken tot op de knie (meisjes) of hoge zwarte hoeden met lange zwarte colberts (jongens en mannen) rondlopen, maar wel 3x per dag bidden in een wit/blauw kleed met een stuk leer om hun arm heen gedraaid. In de taal van veel Israeli lijkt er een duidelijke scheidingslijn te zijn tussen wel of niet religieus, maar de praktijk heeft mij wat anders laten zien.
– Zodra de eerste regen van het jaar valt (dat was afgelopen week het geval), betekent het dat de winter is begonnen. Dit jaar is de winter vroeg begonnen.
– Ik hoor wat gerommel. ‘Is that thunder?’ vraag ik aan mijn wandelmaatje Ariel. ‘Nee, we zijn in Israël. Dat is een militaire oefening,’ is zijn droge antwoord. De rest van de dag hoor ik het nog z’n 5 keer. Iedere keer moet ik mijn initiële gedachte corrigeren: nee, geen onweer.
– We beklimmen mount Ramon. Een strategische plek, want: hoog en dichtbij buurlanden. Dus op de top is een militaire basis. Op het moment dat we er in de buurt zijn, spreekt er een stem die in het Hebreeuws aankondigt dat er een oefening volgt. Een luchtalarm klinkt. Het alarm is nog niet afgelopen of de jakhalzen in de omgeving antwoorden op het geluid. Een flinke troep begint te huilen. Ze zijn ontzettend dichtbij ons, maar we zouden het nooit hebben geweten als het luchtalarm niet was afgegaan.
– Sabbat is rustdag. In religieuze gebouwen betekent dit dat je ook niet op het knopje van de lift hoeft te duwen (want dat wordt door streng orthodoxen gezien als ‘werk’). De lift stopt namelijk op elke verdieping tijdens Sabbat.

Foto’s volgen… internet is hier te langzaam…
Wil je me contacten? Mijn Nederlandse nummer is via whatsapp bereikbaar 🙂