De-nieuwe-vriendin-van

‘Het is wel duidelijk waar haar prioriteiten liggen,’ zegt ze misprijzend. ‘Een familiefeest dat ieder jaar is of het vrijgezellenfeest van mijn dochter.’ Het gaat over de-nieuwe-vriendin-van. ‘Ik heb mijn taak in ieder geval weer gedaan. Ik heb d’r uitgenodigd en zelfs nog een berichtje gestuurd dat ik het jammer vind dat ze niet kan komen.’ Een besmuikt gnuiven geeft aan dat dit laatste verre van het geval is. ‘Goed van mij he?’
Ik maak een geluid dat neutraal moet klinken, een mmm, maar het klinkt verdacht veel op instemming. En ik voel me een verrader.

‘Die chinees.’ Het is een andere situatie, maar de manier waarop er over de nieuwe vrouw in het leven van de man wordt gesproken is hetzelfde. De woorden worden zonder emotie gebruikt, zoals ze waarschijnlijk al jaren worden gebruikt. Het is van een gemene bijnaam verworden tot hoe de nieuwe vlam wordt genoemd. Alsof het gaat om de werkelijke naam van deze vrouw. Ook al wordt de bijnaam zonder emotie uitgesproken, de achterliggende pijn en de daaropvolgende haatdragende gevoelens springen van de woorden af.

Ik slik.

Ik slik en hou mezelf opnieuw afzijdig. Ik hum en beweeg wat met mijn hoofd.

Later ben ik boos op mezelf en vind ik mezelf laf. Want 1. Wij vrouwen zouden elkaar moeten steunen. En als dat niet het geval is, zou ik toch 2. mijn eigen team moeten verdedigen, ik ben zelf de-nieuwe-vriendin-van.
Ik praat mijn passieve houding recht door tegen mezelf te zeggen dat ik de pijn van deze vrouwen begrijp. Een jarenlange relatie die verbroken wordt en tranen, lijden en rancune zaait is pijnlijk.
Ik vertel mezelf dat ik geen weerwoord kan hebben. Want ik ben een wandelend cliché en voldoe aan alle oordelen over de categorie ‘de nieuwe relatie van de man.’

Het verjaardagsfeestje voor dochterlief. Haar tweede. Want ze heeft het al bij mama gevierd. Omdat mama liever niet had dat papa daar bij zou zijn is er een tweede feestje. In mijn huis.
Het is uitgedacht en voorbereid. We hebben over alles nagedacht; alleen de mensen uitnodigen die ze heel goed kent (dus niet mijn familie), iets actiefs gaan doen, rekening houden met haar wensen (dus er zijn cadeaus en taart en friet). Er hangen slingers, de koelkast zit vol, ik heb de dag ervoor een pan soep gemaakt, de hangmat en schommel hangen in de tuin zodat er wat gespeeld kan worden. Het programma zit vol van XL-trampoline springen, eten van taart/friet/chips, zelf t-shirts maken, zingen en cadeaus uitpakken.

Het is een specifiek moment. Bonus-dochterlief pakt de stapel met cadeautjes op die voor haar klaarligt op de eetkamertafel. Voor ze begint met uitpakken, telt ze ze. Het zijn er precies 10!
Mijn God. Serieus? Hebben we zoveel cadeaus voor d’r gekocht?
Het cliché-beeld van de nieuwe vrouw naast papa die haar best doet om geaccepteerd te worden dringt zich aan me op. Glashelder verschijnt het voor mijn geestesoog. Voor het gemak vergeet ik dat de helft van de cadeaus bestaat uit t-shirtjes van de zeeman en een notitieblok dat in mijn kast lag te verstoffen. Ik knipper. Ik slik. Focus me op het uitpakken en de reacties van dochterlief. Maar het beeld blijft hangen.
Want ik ben de nieuwe vriendin van papa. Inclusief alle clichés. De waarheid valt op vele manieren te verwoorden en er zijn voldoende manieren om de situatie te beschrijven zodat hij aan alle clichés voldoet.
Het kind dat slachtoffer is geworden van een scheiding en overladen wordt met cadeaus bij papa. Dat is vast nummer 1. Die is binnen.
Het volgende cliché is gemakkelijk. Papa heeft een jongere vriendin. Wel 12 jaar. Duidelijk gevalletje van midlife-crisis. Dus. Die is ook niet mis.

Het liefst steek ik mijn tong uit naar al deze clichés. Want waar of niet waar, ik wordt er misselijk van. Ik wil me niet vereenzelvigen met het beeld van de ‘nieuwe vriendin van’ (hoe lang je dan ook samen bent met je vent, het woordje ‘nieuw’ blijft enorm lang van toepassing in dit geval).

Lieve vrouwen, mooie dames die een pijnlijke scheiding hebben meegemaakt die wellicht het einde betekende van een gezinsleven, een wond waar ik me een voorstelling van kan maken, maar nooit de gehele diepte van kan invoelen. Lieve vrouwen, ik zie en voel jullie pijn. Ik heb het gezien in de tranen van mijn moeder toen mijn vader vertrok. Ik zie het in het gezicht van de moeder van mijn partners kinderen.
Ik zie het. En ik buig ervoor.

Tegelijk smeek ik jullie. Ik smeek jullie te zien dat we allemaal vrouw zijn, vrouwen die geliefd hebben en daarin lijden hebben ervaren. We lijken tegenover elkaar te staan in de rollen die we innemen in deze uit elkaar gescheurde gezinnen. Maar we zijn één. Er is geen team in-de-steek-gelaten-vrouwen tegenover het de-nieuwe-vriendinnen-van-team. Tenzij we ervoor kiezen die teams te maken. Laten we alsjeblieft die teams niet maken.