Een echt bed! Ik slaap in een echt bed!! Ik ben bij Nitay, een mede-wandelaar, in Jerusalem. De afgelopen maand sliep ik in mijn tent of op een slaapbank. Een heus bed voelt als luxe. Net als een douche waar je langer dan een minuut onder mag staan omdat je geen rekening hoeft te houden met nog 20 andere zweterige wandelaars die allemaal willen genieten van de 1000 liter water.

Deze ochtend word ik wakker met het geluid van kerkklokken. Het is een tijd geleden dat ik dat heb gehoord. Ik hoorde het islamitische oproep tot gebed, jakhalzen en andere ondefinieerbare geluiden, maar al tijdenlang geen kerkklokken. Vandaag is u rustdag van de hike, dus gaat Nitay me Jeruzalem laten zien.

Inmiddels heb ik een week gewandeld met mijn herstellende enkel. Dag 1 van het wandelen was ik enorm extreem blij dat ik weer op het pad was. Ik was meer aan het dansen dan aan het wandelen. De dagen erna maakte ik een inschatting van wat mijn enkel aankon. Een paar keer nam ik een stukje een bus en ik nam een dagje vrij om met wat anderen rond te slenteren door Tel Aviv. Mijn enkel is helemaal oke met zo’n 15-18 kilometer lopen. Gisteren was het zelfs oke om een zeer rotsige helling (dus zeer ongelijke ondergrond) te beklimmen. Daar ben ik onwijs blij mee!

Een paar dagen geleden lag ik op een bankje te pauzeren. Toen ik mijn ogen open deed en rechtop ging zitten, zat er een oudere man een aantal meter van me vandaan op een ander bankje. De man was traditioneel ‘ religieus’ (zoals ze het hier zeggen) gekleed; een keppel op zijn hoofd, grote witte baard en pejots (de joodse pijpenkrullen) aan de zijkant van zijn hoofd. Verder heeft hij een flinke buik en draagt hij een vergeeld wit overhemd. Hij begint met me te praten, eerst in het hebreeuws, maar als dat weinig succes heeft komen we uit op de meest geschikte taal voor ons om in te communiceren: Duits. De man had Duitse voorouders. Ik vertel hem wat over Shvil Israel (de locale naam voor het Israellian National Trail). Dat is niks voor hem, zegt hij. Hij is 69 en heeft last van zijn knieen. Na een tijdje wil ik verder gaan. Ik sta op, hij pakt mijn hand vast. Ik wens hem een fijne dag. Hij tuit zijn lippen en vraagt ‘ein Kuss?’ Ik trek mijn hand terug en voordat ik meer dan ‘ nein’ heb kunnen zeggen, zegt hij: ‘ Waarom niet, ben je getrouwd?’ Juist. Dat zou inderdaad de enige en enkele reden zijn dat ik niet met deze man zou willen zoenen. Helaas is mijn Duits niet toereikend om precies dit uit te drukken. Dus zeg ik dat ik niet wil en loop met ferme passen weg.

Ik geniet enorm van het alleen lopen, op mijn eigen tempo de omgeving in me opnemen en af en toe dansend met muziek in mijn oren mijn weg te gaan. Gisteren werd ik chagrijnig wakker en wist: dit is niet een dag om alleen te gaan lopen. Dus sluit ik me aan bij Dawn (ofwel Momma Dawn aangezien ze dezelfde leeftijd als mijn moeder heeft en graag over iedereen moedert) en Schahar en zijn hond. Dawn en Schahar lopen graag samen. Ze zijn een interessant koppel; de Amerikaanse Christelijke vrouw en de Israelische ex-drugs dealer. Gesprekken zijn vaak in de trant van: ‘ Dawn, als je zou moeten kiezen, zou je dan eerder naakt yoga doen of een joint roken?’ In de groep wordt er wel eens gegrapt dat als deze twee mensen vrienden kunnen zijn, wereldvrede echt wel een mogelijkheid is. Ik loop met hen samen en volg geamuseerd hun gesprekken. Binnen een paar minuten is mijn chagrijnigheid vervlogen. Aan het einde van de dag, tijdens een steile klim die Schahar en ik beiden vervloeken, hebben we een spontaan dansmoment. Het is fijn om met mensen samen te zijn als het even wat zwaarder is.

Deze reis voelt alsof ik omringt word door reis-engeltjes. Dat klinkt misschien vreemd omdat ik twee weken niet kon wandelen vanwege mijn verstuikte enkel. Toch had mijn ‘ ongeluk’ niet fantastischer kunnen gebeuren. Het gebeurde op de perfecte plek (dicht bij kamp, dicht bij het huis van Hagit) en er was hulp van alle kanten. Dat ik na twee weken flinke afstanden kan wandelen op een heftig verstuikte enkel mag een klein wonder heten.

Ik was dus blij dat ik een paar dagen geleden een reis-engeltje voor iemand anders kon zijn. Ik stond bij een bushalte te wachten op mijn bus om de wandeling van die dag in te korten. Vier mensen op leeftijd stonden wat verdwaasd bij dezelfde bushalte te wachten. Er werd wat geagiteerd overlegd in het Engels. Deze mensen waren duidelijk verdwaald, wisten niet hoe het bussysteem werkte en omdat ze al een tijdje aan het proberen waren dit op te lossen was de energie richting paniekerig aan het gaan. Dus hielp ik ze door te laten zien hoe de openbaar vervoer-app werkt en zocht ik voor ze uit welke bus ze moesten hebben. Het eerste stuk namen we dezelfde bus. De paniek steeg flink toen het ze niet lukte te betalen met hun creditcard: ‘ Nu worden we de bus uitgezet!’ Ik leen ze mijn lokale ov-chipkaart en de gemoederen bedaren weer wat. Ik laat ze zien wanneer ze op het knopje moeten duwen als ze willen dat de bus stopt bij hun halte. Half opgelucht, maar vooral gespannen voor het volgende gedeelte van hun reis verlaten ze de bus. Ik hoop maar dat ze nog een engeltje tegenkomen die ze helpt bij de rest van hun reis.